Meer arbeidsrechtelijke bescherming voor uitzendkrachten

Persbericht 5 februari 2008

Wetsvoorstel ingediend door Meryame Kitir, Peter Vanvelthoven en Hans Bonte

Niemand kan er naast kijken dat uitzendarbeid een belangrijke vorm van tewerkstelling is. Uit het jaarverslag 2006 van Federgon blijkt dat in dat jaar 363.437 uitzendkrachten aan het werk waren. Omgerekend naar voltijdse equivalenten betekende dat, dat per dag gemiddeld 88.232 uitzendkrachten aan de slag waren.
Daarmee bedraagt het aantal interimwerknemers ruim 10 procent van de totale actieve beroepsbevolking terwijl de interimwerkers goed zijn voor ongeveer 3 procent van het totale arbeidsvolume.

Daarnaast oefenden nog eens 129.878 studenten een studentenjob uit via uitzendkantoren.

Uit de kwartaalcijfers die Federgon op zijn website publiceert (uitgezuiverd van dienstencheques-activiteiten) blijkt dat de sector ook in 2007 een spectaculaire groei heeft gekend.

Uit voormeld jaarverslag blijkt ook dat 63% van de uitzendkrachten die hun opdracht hebben beëindigd, nadien vast werk hebben gevonden (48% bij het laatst inlenend bedrijf). Driekwart van hen zou tewerkgesteld zijn met een contract van onbepaalde duur. De percentages liggen wel (substantieel) hoger voor wie voordien reeds een contract van onbepaalde duur had (en voor wie uitzendarbeid dus eerder een tijdelijke transitie is) dan voor wie voordien een contract van bepaalde duur of een ander uitzendcontract had, werkl oos of schoolverlater was.

Het wetvoorstel dat wij indienen heeft dan ook geenszins als uitgangspunt het economische belang van uitzendarbeid te miskennen.

Wel heeft het tot doel een aantal billijke verbeteringen aan te brengen in de sociale rechten van wie tewerkgesteld is via uitzendarbeid. We willen een aantal uitwassen aanpakken, zonder uitzendarbeid as such in vraag te stellen.

Lees het volledige wetsvoorstel

Terug naar Persberichten