De rechtsplegingsvergoeding is een ramp

De nieuwe wetgeving i.v.m. de rechtsplegingsvergoeding is een ramp voor wie morgen een zaak moet starten tegen zijn werkgever.

De wet houdt in dat wie een zaak begint de advocatenkosten van de tegenpartij moet betalen als hij verliest. Wie zelf ook een eigen advocaat heeft, betaalt dan twee keer. Dat terwijl hij nochtans perfect gelijk kan hebben maar zijn standpunt niet kan bewijzen, of de rechter zijn redenering niet aanvaardt.
De wet zegt welk bedrag aan advocatenkosten je moet betalen -de zogenaamde rechtsplegingsvergoeding- als je verliest. Het zijn forfaitaire bedragen die afhangen van de eis, en al gauw tot in de duizenden euro's oplopen!

De regeling is in de sociale conflicten duidelijk veel nadeliger voor de gewone burger. De bedrijven hebben immers vaste advocaten in dienst, kunnen de kosten aftrekken van de belastingen en zijn vaak verzekerd. Een bedrijf is ook kapitaalkrachtiger en heeft geen schrik om te procederen. Als het verliest, dan zal de advocatenkost van de werknemer met de glimlach worden betaald.

Hoe anders is het voor de werknemers! Zij riskeren twee advocaten te moeten betalen, uit een gewoon loonzakje. Wie durft nog te procederen als de kansen op succes geen 1000 op 100 zijn?

Dan maar zoeken naar een minnelijke schikking met de tegenpartij? Wie tegenover een sterke partij staat geeft vlugger toe. Bemiddelen is in de mode maar men vergeet dat de zwakste aan het kortste eind trekt. Daarom is het juist zo belangrijk dat je naar het gerecht kan gaan. Dat is fundamenteel, maar dat lijkt nu verleden tijd te gaan worden als niemand borg voor je staat.

Vakbonden komen voor hun leden op, en procederen als het moet. Maar ook zij voelen de hete adem van de wet in de nek. Telkens ze een zaak verliezen moeten ze een fikse rechtsplegingsvergoeding betalen, en dat kan oplopen tot ettelijke duizenden euro's. Gelukkig wint de vakbond het merendeel van de zaken die zij opstart. Anders was procederen onmogelijk geworden.

Vakbonden die procederen voor hun leden krijgen nooit een rechtsplegingsvergoeding, maar moeten er wel altijd één betalen als ze verliezen.
Wie kan dat nu uitleggen? Het is de reinste discriminatie. De vakbond heeft nochtans juristen in dienst die gespecialiseerd zijn in de sociale wetgeving. De nieuwe wet zet de strategie van de vakbond om met eigen pleiters te werken onder druk. Net zoals andere vakbonden heeft het ABVV dit aangeklaagd bij het Grondwettelijk Hof.

Wat de toegang tot het gerecht betreft is de keuze van het ABVV Limburg vlug gemaakt. Wij willen onze leden niet plaatsen voor een situatie dat zij zelf moeten opdraaien voor de rechsplegingsvergoeding. Dit zou hen teveel afschrikken om hun rechten juridisch af te dwingen. Wij blijven als vakbond onze zaken in handen houden en solidariseren het risico van de rechtsplegingsvergoeding.
Daarvoor bestaat de vakbond.

Een democratie moet gelijke toegang tot het gerecht waarborgen voor iedereen. Ook de financieel zwakkeren. Wat nu gebeurt is een democratie onwaardig.

Wij eisen dat de wetgever de beoordeling van het Grondwettelijk hof niet afwacht en op eigen initiatief deze schending van het gelijkheidsbeginsel in de toekenningsvoorwaarden van de rechtsplegingsvergoeding afschaft.

Terug naar Persberichten